Tijdens mijn afstudeerstage bij Brisq heb ik onderzocht of de internationale PLCopen Motion Control-standaard toepasbaar is binnen de Brisq-architectuur, en een werkende proof-of-concept gebouwd.
Wat ik ging doen
Brisq ontwikkelt software voor machines en installaties in een Beckhoff TwinCAT-omgeving. De vraag die centraal stond: kan de internationale PLCopen Motion Control-standaard (Part 4) bijdragen aan een nog gestructureerdere en toekomstbestendige aanpak van motion control software?
Mijn opdracht: onderzoek of PLCopen toepasbaar is binnen de Brisq-architectuur, en bouw een werkende proof-of-concept.
Wat me verraste: het zat niet in de function blocks
Ik dacht in het begin dat implementeren van PLCopen betekende: de juiste function blocks aanroepen en klaar. Dat was het niet.
PLCopen geeft je uniforme bouwstenen zoals MC_MoveAbsolute en MC_Home voor losse assen, en gecoördineerde multi-axis besturing via axis groups. Maar hoe je die blokken inpast in een schaalbare, herbruikbare architectuur? Dat schrijft de standaard niet voor. De echte ontwerpvraag zat daarin: Hoe bouw je een abstractielaag die de complexiteit van PLCopen afschermt en tegelijk aansluit op de gelaagde Brisq-architectuur?
Ik koos voor een andere aanpak: een abstractielaag boven de PLCopen function blocks. Twee centrale functieblokken:
- FbAxis voor single-axis motion control
- FbAxisGroup voor gecoördineerde multi-axis bewegingen
Commands verlopen via methods, statusinformatie via properties. Daarmee houd je een duidelijke scheiding tussen wat de applicatie wil en hoe de motion laag dat uitvoert.
Het lastigste onderdeel was de commandcoördinatie en state management. Meerdere softwarecomponenten kunnen indirect dezelfde fysieke as beïnvloeden. De bibliotheek moest dat bijhouden en conflicterende aansturing voorkomen. Dat was geen PLCopen-kwestie meer, dat was eigen architectuurkeuzes maken.
Alles heb ik gevalideerd op een fysieke demo-plotter: een opstelling met meerdere aangedreven assen op een Beckhoff PLC. Van gewone lineaire bewegingen tot gelijktijdige X- en Y-bewegingen voor cirkelvormige patronen. De bibliotheek werkt, en is herbruikbaar voor andere TwinCAT-projecten.
Hoe het was om bij brisq te werken
Ik kreeg veel vrijheid om mijn opdracht zelf in te vullen. Niek, mijn begeleider vanuit Brisq, dacht actief mee. Als ik vastzat kon ik altijd binnenlopen. Ook de sfeer binnen Brisq vond ik erg prettig. Iedereen was toegankelijk en behulpzaam, waardoor ik me snel op mijn gemak voelde. Het bedrijfsuitje met een dronecursus laat goed zien dat hard werken en gezelligheid hier hand in hand gaan.
Ik kijk terug op een stage die me echt iets heeft geleerd. Niet alleen over PLCopen of TwinCAT, maar ook over hoe je een technisch onderzoek aanpakt en onderbouwde keuzes maakt. Ik heb mijn afstudeeropdracht afgerond met een 7,9 en zou het zeker aanraden aan studenten die op zoek zijn naar een leerzame en fijne afstudeerplek.
Op zoek naar een afstudeeropdracht met echte technische diepgang?
Bekijk de actuele afstudeermogelijkheden bij Brisq.